Bijstandsgerechtigden met aanvullend werk

Bijstandsgerechtigden mogen aanvullend werk accepteren. De gemeente verrekent dan hun inkomsten met de bijstand. Hoe eerder de loongegevens worden ingestuurd, hoe eerder deze gegevens bij de gemeente bekend zijn. 

Er zijn drie methodes van verrekening, dit verschilt per gemeente. Het ontbreken van actuele gegevens leidt vooral bij twee soorten verrekening (1 en 2) tot zeer wisselende inkomsten en schrijnende situaties. Bij korten in de maand zelf (3) krijgt de inwoner zijn uitkering op tijd en heeft hij een stabiel inkomen.

We geven eerst een overzicht van de verrekenmethoden en hun effecten op bijstandsuitkeringen. Daarna illustreren we dit met behulp van voorbeelden uit de dagelijkse praktijk.

Drie manieren van verrekenen

  1. Inkomsten 1 maand achteraf verrekenen
  2. Inkomsten 1 maand achteraf verrekenen, met 1e maand fictieve korting inkomsten (schatting)
  3. Inkomsten in de maand zelf verrekenen

Drie voorbeelden ter illustratie

Voorbeeld 1: inkomsten 1 maand achteraf verrekenen

Anita is een alleenstaande vrouw van 36 jaar met een kind van 12 jaar. Anita heeft parttime werk gevonden bij een schoonmaakbedrijf. Het is tijdelijk werk voor de duur van 4 maanden, van 1 juli tot en met 31 oktober.

Doordat de inkomsten 1 maand achteraf worden verrekend, en de inkomsten maandelijks behoorlijk verschillen, heeft ze geen stabiel maandinkomen. Haar maandinkomen varieert van € 1.500 tot € 500, terwijl haar uitkering normaal € 1.000 per maand is. Hierdoor heeft ze het wel moeilijk om overzicht te houden op haar inkomsten en uitgaven. Vooral de maanden waar ze ruim onder de bijstandsnorm zit zijn lastig. Vorige maand toen ze boven de bijstandsnorm zat heeft ze toch iets teveel uitgegeven aan kleding voor haarzelf en haar kind.

Een fulltime baan...

Anita doet haar werk tot volle tevredenheid, waardoor ze per 1 november een fulltime baan aangeboden krijgt. Vanaf 1 november heeft ze dan ook geen uitkering nodig.

Door het achteraf korten zijn de inkomsten over oktober niet gekort. Dat kan ook niet doordat de uitkering per 1 november is beëindigd. Anita krijgt dus nog een terugvordering na van € 600. Een groot bedrag.

Voorbeeld 2: inkomsten 1 maand achteraf verrekenen, met 1e maand fictieve korting inkomsten (schatting)

Anita is een alleenstaande vrouw van 36 jaar met een kind van 12 jaar. Anita heeft parttime werk gevonden bij een schoonmaakbedrijf. Het is tijdelijk werk voor de duur van 4 maanden, van 1 juli tot en met 31 oktober. In overleg met Anita wordt er de eerste maand toch een fictief/geschat bedrag gekort van € 400. Dat is om te voorkomen dat bij het einde van de inkomsten of de uitkering er een groot bedrag gekort of teruggevorderd moet worden.

Doordat de inkomsten 1 maand achteraf worden verrekend, en de inkomsten maandelijks behoorlijk verschillen, heeft ze geen stabiel maandinkomen. Haar maandinkomen varieert van € 1.300 tot € 500, terwijl haar uitkering normaal € 1.000 per maand is. Hierdoor heeft ze het wel moeilijk om overzicht te houden op haar inkomsten en uitgaven. Vooral de maanden waar ze ruim onder de bijstandsnorm zit zijn lastig. Vorige maand toen ze boven de bijstandsnorm zat heeft ze toch iets teveel uitgegeven aan kleding voor haarzelf en haar kind

Voorbeeld 3: inkomsten in de maand zelf verrekenen

Anita is een alleenstaande vrouw van 36 jaar met een kind van 12 jaar. Anita heeft parttime werk gevonden bij een schoonmaakbedrijf. Het is tijdelijk werk voor de duur van 4 maanden, van 1 juli tot en met 31 oktober.

De werkgever van Anita levert de loongegevens snel aan. De gegevens zijn voor het einde van de maand zelf al bij de Belastingdienst. Daardoor zijn deze gegevens ook bijna direct bekend bij het UWV en daarna bij de gemeente.

Doordat de inkomsten in de maand zelf worden verrekend blijft ze een stabiel maandinkomen van € 1.000 houden. Daardoor blijft ze overzicht houden op haar inkomsten en uitgaven.

Anita doet haar werk tot volle tevredenheid, waardoor ze per 1 november een fulltime baan aangeboden krijgt. Vanaf 1 november heeft ze dan ook geen uitkering nodig.

Invullen van inkomsten door bijstandsgerechtigde gaat niet altijd goed

Bert van Dijk, 48 jaar, woont samen met hond Toby in een huurhuis van 650 euro per maand. Zijn bijstandsuitkering bedraagt € 1.025,55 per maand. Dan accepteert hij werk voor 10 uur per maand. Daarmee verdient hij € 400 euro per maand. Het betekent wel dat zijn bijstandsuitkering wordt gekort. Omdat Bert zich echter vergist bij het opgeven van zijn inkomsten op het inkomstenformulier dat hij maandelijks invult, geeft hij in plaats van € 400 inkomen, €150 op. De maand er na, krijgt hij dan een bijstandsuitkering van € 875,55 (€ 1.025,55 -  € 150). Dit had echter moeten zijn € 625,55 ((€ 1.025,55 -  € 400).

Als de gemeente van zijn woonplaats die de bijstandsuitkering verstrekt op een later tijdstip (via de Loonaangifteketen) de juiste informatie krijgt, moet Bert het verschil tussen wat hij als bijstandsuitkering had moeten krijgen en wat hij feitelijk gehad heeft, zijnde € 250 euro, terug betalen (€ 875,55 - € 625,55 = €250).  

In de situatie van Bert, met weinig inkomen en vaste lasten die hij heeft is dit een hoog bedrag en voor Bert betekent dit dat hij komende maand de broekriem een stuk strakker aan moet trekken. Zijn belangrijke sociale bezigheden zoals het wekelijkse biljartavondje met bijbehorende biertjes en bitterballen schieten er bij in. En ook met zijn boodschappen moet hij flink op de kleintjes letten. Hij voelt zich gestresst en gedemotiveerd: ‘ik kan net zo goed thuis blijven en niet werken, dan word ik tenminste niet gekort’, denkt hij.