Werkgevers helpen medewerkers met een WW-uitkering

Mensen die naast hun WW-uitkering inkomen uit werk hebben, zijn enorm geholpen als UWV zo snel mogelijk na afloop van de maand over hun loongegevens kan beschikken. Op basis van deze gegevens kan UWV de hoogte van de WW-uitkering bepalen.  Aan het verzoek van UWV en de Belastingdienst aan werkgevers om de loongegevens sneller door te geven, hebben inmiddels al veel werkgevers gehoor gegeven.

Verzoek aan werkgevers

De Belastingdienst en UWV vragen werkgevers om zo snel mogelijk de juiste loonaangifte in te dienen. Liefst gelijk met of kort na het versturen van het loonstrookje naar de werknemer. Hiermee kan de werkgever verrekeningen in de uitkering voorkomen. Dit betekent niet dat de werkgever  eerder moet betalen. De werkgever heeft gewoon de tijd tot de laatste dag van de volgende maand. Voor werkgevers met een vierwekenaangifte  gelden voor de betaling de termijnen zoals aangegeven in de Aangiftebrief loonheffingen van de Belastingdienst.

Snellere aangifte

Sinds in 2016 een communicatiecampagne is gestart om werkgevers te vragen eerder hun gegevens in te dienen, blijkt dat veel werkgevers het moment van aanleveren inmiddels hebben vervroegd. In het eerste kwartaal 2017 heeft UWV op de 1e werkdag van de maand gemiddeld 2,6 miljoen werknemers gegevens opgeslagen in de Polisadministratie.  Over dezelfde periode 2016 was dit  2,2 miljoen.

Polisadministratie

UWV gebruikt de informatie uit de Polisadministratie om het inkomstenopgaveformulier voor mensen met een uitkering alvast in te vullen. Die hoeven dan alleen maar aan te geven dat ze akkoord zijn. Ze hoeven niet meer zelf te bedenken welk bedrag op hun salarisstrook het juiste is om in te vullen. Vervolgens kan UWV het juiste uitkeringsbedrag uitbetalen. Mensen met een uitkering kunnen vanaf de eerste dag van de volgende maand bij UWV opgeven of en hoeveel ze de maand ervoor hebben verdiend. Zodra zij dit hebben gemeld, gaat UWV de uitkering berekenen en uitbetalen. De meeste mensen met een uitkering willen dan ook zodra de maand voorbij is hun inkomsten opgeven.

 

Mensen met een uitkering moeten elke maand opgeven of en hoeveel ze hebben bijverdiend. Dit kan aan de hand van het loonstrookje. UWV verrekent dit inkomen met de uitkering. UWV betaalt pas uit, als de werknemer zijn inkomen heeft opgegeven. UWV vergelijkt het opgegeven inkomen met de gegevens in de zogeheten Polisadministratie. Hierin wordt de loonaangifte van de werkgever verwerkt. Als de opgave van de werknemer anders is dan die van de werkgever, dan moet het verschil worden verrekend. Dit komt regelmatig voor. Het verrekenen is lastig voor de werknemer. Die moet geld terugbetalen, of hij krijgt pas later het geld waar hij recht op heeft. Als je weinig inkomen hebt, is dit extra vervelend. Daarnaast zullen veel werknemers aan hun werkgever uitleg vragen. Hoe komt het dat de gegevens verschillen? Dat betekent extra werk voor de loonadministratie. Als UWV de informatie van de werkgever eerder heeft, kunnen ze die alvast invullen op het formulier voor de werknemer. Die hoeft dan alleen maar aan te geven of hij akkoord is. Vervolgens kan UWV uitbetalen. Als de werkgever bovendien in een keer de juiste informatie aanlevert, is het risico dat er naderhand verrekend moet worden minimaal. Dat is winst voor alle partijen. Het verzoek aan werkgevers is daarom om zo snel mogelijk de correcte loonaangifte in de dienen. Liefst gelijk met of kort na het versturen van het loonstrookje naar de werknemer.